Maandag 11
augustus.
We zijn dit afgelopen weekend even terug geweest in onze
omgeving. Zondag was het de verjaardag van onze vriend Gilbert.
Vandaag trekken we verder en beginnen aan de laatste
vakantieweek. De reis van deze morgen zal ons nog lang heugen. We rijden eerst
naar Monflanquin en gaan via de smalle binnenwegen richting Castillionnès, op het kaartje van de Lot en Garonnestreek te zien helemaal bovenaan.
We hopen ergens ‘wild’ te kunnen bivakkeren.
Een karrespoor
rechtsaf trekt onze aandacht. We rijden er op en parkeren de camper zodat we te
voet polshoogte kunnen nemen of en waar er een goed plekje zou zijn. Ik vind
het er nogal hobbelig en ook eenzaam en dit wordt hem dus niet. Frits rijdt
achteruit het karrespoor af en vraagt mij of er niets in de weg zit om de weg op te
draaien. Ik zie geen bezwaar maar….boem…we zitten met het linkerachterwiel in
een greppel. Ai, niet gezien, was helemaal vol gegroeid. Wat nu! We krijgen de
camper er niet zelf uit, dat zien we meteen al. Een koppel wandelaars dat we
net gepasseerd zijn ziet het gebeuren en komen naar ons toe. Het zijn
vakantiegangers en kennen niemand in de buurt. Dan komt er een bestelwagentje
aan. Het blijkt de bakker van het dorp waar we 5 minuten geleden een broodje
gekocht hebben. Hij ziet ook meteen dat er een tractor aan te pas moet komen om
de auto weer vlot te trekken. De achterkant hangt helemaal scheef. Hij krabt
eens achter zijn oor, bedenkt de mogelijkheden en zegt dan dat even verderop een
man in een mobil home woont die altijd bij de boeren gewerkt heeft en dat die
ons misschien verder kan helpen. Wij er naar toe. Hij heeft inderdaad een
trekker en nadat we onze situatie uitgelegd hebben wil deze bijzonder
vriendelijke man ons helpen en inderdaad, hij trekt de camper er zonder enige
moeite uit. ‘Comme un poireau’ zegt hij (‘zo gemakkelijk als een prei uit de
grond’) Van deze gebeurtenis heb ik helaas geen foto, dat is er in de stress
van het moment niet van gekomen. We hebben gelukkig geen schade, de treeplank
is een beetje krom maar dat is alles.
We belanden uiteindelijk in een minidorpje, Bournel genaamd.
Na het middagmaal, als we weer een beetje bekomen zijn van de schrik van deze
ochtend, pakken we onze fietsen en gaan we een rit maken naar Castillionnès,
eventueel onderweg uitkijkend naar een geschikte overnachtingsplaats. Er zou
overigens een boerderijcamping en een gemeentelijke camping moeten zijn. De
boerderijcamping is er onlangs mee opgehouden en het kost ons heel wat moeite
om de gemeentelijke camping te vinden. We zijn wel drie keer Castillionnès in
gereden (omhoog!, het is een Bastide) maar… we vinden hem, helaas totaal
ongeschikt, jaren zestig camping, ziet er niet uit!
De plaats zelf is heel aardig, leuk plein in het centrum en
een gezellige hoofdstraat.
![]() |
| foto internet |
![]() |
| foto internet |
Via de tamelijk drukke weg rijden we terug naar Bournel. De
weg lijkt wel een achtbaan, kaarsrecht maar heuvel af, heuvel op. Dat betekent
keihard naar beneden fietsen, dan nog zolang mogelijk profiteren van de
snelheid bij het beklimmen van de volgende helling, en naar beneden maar weer!
We besluiten in de dorpje te blijven staan, een prima
beslissing, het is er heel rustig.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten